Het lange gras is gemaaid. Dat gebeurt met een ouderwetse zeis door één van de kerkleden. Het is een manier om het lange gras en meteen alle onkruiden weg te maaien en het geheel wordt afgevoerd, zodat de grond verschraalt. Want als je het laat liggen, trekken de voedingsstoffen in de bodem en wordt de grond ‘bemest’. Hoe schraler, hoe beter voor de bodem met de voorjaarsbollen. Dat is de reden. En dat het zevenblad weer vrolijk terugkomt is niet erg, want dat hindert de bollen in het voorjaar niet, omdat dat vervloekte onkruid pas later begint te groeien. Is over nagedacht dus.

Vandaar dat de kerktuin er in de zomer een beetje bloot bij ligt en dat er niet meer bloemen bloeien. ‘Het bladerdek sluit zich in juni’ staat er in de boeken. Dat betekent dat de bomen vol blad zitten en dat er dus geen bloemen bloeien, want bloemen houden van veel zon. Dus een bostuin is een typische voorjaarstuin.

Maar waar de zon schijnt staan rozen. En wat voor rozen. Ik ben druk aan het determineren geweest en ik kom uit op Rosa fedtschenkoana ‘Hillierii’ (ik houd me aanbevolen voor een betere determinatie). Een roos die geen nette pollen vormt maar losse stengels. Kan kloppen. Van wel drie meter hoog. Kan kloppen. En die heerlijk geurt. Klopt.
Wat een beauty.