Tien graden, maar dat zou je niet zeggen, er waait een gure wind. Ik teken vanuit een smal steegje aan de Hoofdstraat, waar ik een beetje uit de wind naast een muurtje kan zitten. En zelfs daar houd ik het niet lang uit.

De Berberisheg begint uit te lopen, ik zie hier en daar stukjes felgroen tussen het grijzige bruin. En de roodwitte vlag van een lange-afstandspad springt eruit op de lantaarnpaal. Links van het pad staat de enorme kastanjeboom die we vanuit ons huis ook kunnen zien; wat een beauty is dat toch. Hij heeft inmiddels heel dikke knoppen. Vlak boven het plaatje, uit het zicht, zit een dikke roze stip kleurstof op de stam. Daar bevindt zich een haak die we nodig hebben om de vlaggetjes aan op te hangen. Elk jaar voordat Roakeldais begint. Dat moet ik even uitleggen: ‘Op Roakeldais’ is een internationaal volksdansfestijn in Warffum. Uit allerlei landen van de wereld komen volksdansgroepen die hier in de buurt een overnachtingsplek vinden bij bewoners en een week lang het dorp op z’n kop zetten met optochten, voorstellingen, en spectaculaire shows. Voor dat doel is zelfs een speciale enorme hal gebouwd: de Roakeldaishal. En de bedoeling is dat de bewoners de straten versieren met lange lijnen vlaggetjes, die in een grote doos bij iemand op zolder staan. En ieder jaar is het weer een gedoe om te vinden aan welk punt we die ook al weer ophingen.

Die gedachten allemaal, in de kou. En tijdens de coronacrisis is het nog maar de vraag of Op Roakeldais wel doorgaat.