Goois Natuurreservaat, Hilversum, dinsdag 19 april 2016

Ik ben van Hilversum op weg naar Bussum, als ik onderweg een hele rij gaspeldoorns zie vanuit de auto. Natuurlijk op een plek waar je niet kunt stoppen, de N 524, zo’n gevaarlijke tweebaansweg, waar je geen kant op kunt. Dan maar een eindje verderop een zijweg in en even parkeren. En vlak naast mijn geparkeerde auto staat een gaspeldoorn. Dank.

Gaspeldoorn is behoorlijk bijzonder, vooral in deze streken. In de kustgebieden van Frankrijk en Engeland zie je het volop, maar ik heb het in Nederland nog niet zo veel gezien, maar misschien vergis ik me. Even verderop staat brem, op een schuin talud met konijnenholen. Het wordt dus een gele bladzijde vandaag. Vandaar dat ik even later naast een paardenbloem in de slootkant zit tussen de tientallen zwarte vliegen om ons heen.

Na deze schetsen rijd ik nog even terug naar het Mediapark, omdat ik gezien had dat alle bermen daar zijn volgeplant met botanische narcisjes. Geel. Geweldig, al mijn lievelings-mini-narcisjes staan daar gewoon door elkaar naast de voortrazende auto’s! Ik vond knielen in het Mediapark iets te ver gaan, dus ik heb van elke soort eentje geplukt, en die zittend op een stenen bank geschetst.

Of ik wist waar het Joop van den Endeplein was. ‘Geen idee, ik heb alleen verstand van narcisjes’, antwoordde ik. Dat we toen op dat plein stonden realiseerde ik me pas thuis.

Polder Eemland, Eemnes, dinsdag 12 april 2016

Vanaf de A1 bij Baarn heb je een prachtig uitzicht over de polders bij Eemnes. Vooral als je in de file staat. Ik vind het altijd zo jammer dat je vanaf de snelweg niet even leuk kunt schetsen. Even op de vluchtstrook, moet toch mogen? Wees gerust, ik doe het echt niet, behalve dan één keer bij Woensdrecht, daar waar je de Brabantse heuvels afrijdt richting Zeeland. Toen heb ik het toch gedaan. Maar ik weet nog steeds hoe spannend dat was omdat het echt onveilig voelt…

Dus even de polder in bij Eemnes, en een weggetje rechts de weilanden in. Bij een hek parkeren en op mijn gele stoeltje in het gras. Het grote vlakke gebied eindigt aan de horizon met een strookje bomen, boerderijen en kerken. Een mooi landschap, maar het allermooiste is daarboven: die enorme hoeveelheid lucht. Ik ben stapelgek op mooie luchten, in welk jaargetijde dan ook. Vandaag is er een blauwe lucht met echte witte kinderwolken. Ik moet aan Erwin Krol denken, die altijd zo enthousiast over allerlei luchten kon praten. Als een kind zo blij met onweer.

Mijn schets is het verslag van een fijn uurtje in het nieuwe gras, dat geurt en glanst van versigheid. Een stelletje grutto’s roept, een kievit verdedigt zijn nest en een klein snel vogeltje roept ’tjielp tutu’, wie het weet mag het zeggen. Ik denk opeens: waarom doet niet iedereen dit een uurtje in de week?

Pinetum Blijdenstein, Hilversum, dinsdag 5 april 2016

Na de les Botanisch tekenen in het gebouwtje van het Pinetum Blijdenstein lopen we nog even een rondje en staan stil bij de vijver. Het zit er barstensvol kikkers. Leuk, hoe ze met hun achterpoten een volledige spagaat kunnen maken. Er zwemmen twee heel mooie gevlekte rond, goudkleurig met een luipaardvelletje. Zou dat een speciale soort zijn of niet? Mooi zijn ze.

Kikkers. Eigenlijk ben ik er hartstikke bang voor. Dat komt door een ervaring in Zweden, toen ik mijn laars aantrok terwijl er één in zat, en mijn zoon er één bij zijn hoofdkussen in zijn tent had. Sindsdien gruw ik van ze. Het is niet over gegaan toen een cursist mij de opdracht gaf voor een potloodtekening van een kikker en een egel. Ik heb de hele kikker uitgebreid in potloodtonen getekend zonder er al te veel bij te voelen. De tekening is ingelijst en betaald en de deur uit.

Ik heb ze nooit gemogen. Hoe mooi ze ook zijn, hoe bijzonder hun ogen en hun puntige poten er ook uit zien. Vandaag heb ik mijn angst weer overwonnen en ze bestudeerd. Vooral de manier waarop hun kopjes boven het water uitkomen trok mijn aandacht. Moeilijk, want het is allemaal net iets te ver weg (gelukkig).

Grasveldje Olivierplaats, Amersfoort, dinsdag 29 maart 2016

De narcisjes bloeien! Op het kleine grasveldje tussen de flats in Schothorst staat een hele plak kleintjes tussen het gras. Het zijn gele narcisjes met een oranje hart. Op tuinbouwschool ‘Huis te Lande’ leerden we dat zo’n hart een cup heet. Moet je als oudere leraar niet zeggen tegen een klas vol jonge meiden, die prompt vragen: ‘Meneer, bestaat er ook een cup D?’ Maar mijn leraar (Wim Oudshoorn) ging daar speels mee om en vertelde dat er ook narcissen zijn met AA. Narcissus jonguilla. Ik zag ze van de week na jaren weer terug in de middenberm van de doorgaande weg in Hoograven in Utrecht. Daar staan allerlei botanische narcisjes door elkaar. Ze ruiken heerlijk, maar helaas niet als je in een auto voor het stoplicht staat te wachten. Wel leuk dat de plantsoenendienst ze daar dus heeft aangeplant.

Ik ben blij dat er steeds meer botanische narcisjes worden geplant. Ze zijn niet zo overaanwezig als die grote gele. Die vind ik net zo irritant als de struiken Forsythia die straks bloeien. Ze zijn een beetje al te heftig tussen de nog kale bomen en struiken. Er blijken andere Forsythia’s te bestaan die heel prachtig lichtgeel zijn, onbekend alleen. En Corylopsis, voor de liefhebbers, is wondermooi.

Eindelijk is het voorjaar. Zij het met af en toe prachtige donkere hagelwolken. Ik houd wel van dat weer. En straks barst alles de grond weer uit met genoeg materiaal om te tekenen.

Opgezette nerts, Atelier, Amersfoort, dinsdag 22 maart 2016

Als ik op weg ga naar een locatie om te schetsen, of beter, zo maar de deur uit met mijn tekenspullen, weet ik niet wat ik zal aantreffen. Ik weet hoogstens welke kant het op zal gaan, vanwege het weer of de tijd van het jaar, binnen of buiten. Ik teken datgene wat mijn aandacht roept, en achteraf blijkt het datgene te zijn wat mijn gevoel weerspiegelt, als een illustratie bij mijn gedachten. De filosofie achter ‘vindsels’ en mijn vroegere Vindselmuseum.

Maar vandaag ben ik de deur uit met een duidelijk gevoel: verwarring en onmacht. Omdat er vanmorgen terroristische aanslagen zijn gepleegd in Brussel waarbij doden en gewonden zijn gevallen. Zomaar. IS.

Heeft het wel zin dat ik teken? Wat schiet de mensheid er mee op? Van die vragen; en ik weet dat het logisch is dat je twijfelt aan je eigen kunst, want dat hoort erbij. Op zo’n dag vragen veel mensen zich trouwens af of het zin heeft wat ze doen. Alleen wil ik juist niet weten wat ik voel, want dan moet ik gaan tekenen over angst of onmacht, en zo werkt het niet. Ik ben geen cartoonist. Blijkbaar moet mijn gevoel niet te duidelijk zijn, want dan kan ik er niets mee. En ik hoor de dingen om me niet ‘roepen’.

Ik besloot naar een plek te gaan waar ik me lekker voel, dat ten eerste. Eén van die plekken is de kringloop in Naarden. Ik heb er heel lang rondgelopen, mooie dingen gevonden en gekeken. Mijn nieuwe schat: een opgezette nerts. Een prachtige roodbruine vacht en een lief koppie met kraalogen, met een barst in zijn opgezette huid. Ik ben er heel gelukkig mee. Thuis heb ik hem liefdevol getekend met kleurpotlood. De psychiater mag zeggen waarom, alleen hoef ik het niet te weten.