Reigers, Natuurhistorisch Museum, Rotterdam, dinsdag 24 mei 2016

Een middagje naar het natuurmuseum in Rotterdam. Ik was er nog nooit geweest en ik stelde me een ouderwets museum voor met opgezette dieren en voorwerpen. In de trein bekroop me de angst dat het misschien gemoderniseerd en interactief gemaakt zou zijn. Met video’s, vergrootglazen en kekke knopjes. Godzijdank was dat niet zo. Meteen bij binnenkomst zag ik veel skeletten, alle geweien aan de muur, dozen met vlinders en veel, heel veel opgezette dieren, in een mooi gebouw met een eiken trap, en was ik gerustgesteld. Zo hoort het.

Na een tijdje schetsen bij een grote vitrine in het midden van een zaal ontdekte ik dat je rondom de vitrine kunt kijken en dus de vogels van alle kanten ziet. Yes. Dit is een buitenkansje, want zo kun je vogels van heel dichtbij schetsen, maar dan in elke gewenste positie en niet alleen met de kop naar links! Wat leuk. En als je bijna plat op de grond ligt zie je een reiger boven je uitrijzen en voel je je een kikker die opgegeten gaat worden.

Het nadeel van plat op de grond op het parket liggen, is dat voorbijgangers goed in je boekje kunnen kijken en erover beginnen te praten. Net als je geconcentreerd bent.

Dit zijn schetsen die ik ter plekke heb gemaakt, in een dagelijks schetsboekje van heel slechte kwaliteit, zodat het papier gaat bobbelen. Maar mijn grote schetsdagboek paste niet in mijn tas, en is te zwaar voor zo’n dagje uit, tja.

Futen, Emmaweg, ‘s-Graveland, dinsdag 17 mei 2016

Ik viel op dit schiereilandje stampvol gele en witte bloemen, dat ik al zag liggen vanaf de N 201. Vlak na de afslag ‘s-Graveland gaat de weg langs een sluisje met stenen muurtjes, en ik zag mezelf daar al zitten. Het was er alleen ontzettend druk met auto’s en heel smal. Dus kun je nergens parkeren. En alle plekjes die er zijn, zijn inritten van mooie huizen of er staat een bordje ‘Niet parkeren’. Uiteindelijk heb ik aan de kant van de weg gestaan, waar het waarschijnlijk ook niet mocht. Klaar met een mooi verhaal voor de eventuele politie.

Nou is dat niet bevorderlijk voor de innerlijke rust, dus daar begon het al mee. Vervolgens had ik behoorlijk last van al die langs snellende auto’s en fietsers. En dan was er ook nog eens zo veel te zien dat ik helemaal niet kon kiezen. Op dat éne kleine schiereilandje zaten eksters, koolmeesjes, mussen, kauwen, een reiger, twee meerkoeten, een waterhoentje en twee futen. In de boterbloemen liepen twee lieve paardjes. Mijn hemel, wat een dieren.

En net toen ik flink op weg was met mijn futenechtpaar aan de overkant van de sloot, werd de lucht wat meer bewolkt en begon het te zwermen van de kleine onweersvliegjes. Toen ging het echt niet meer. Het resultaat is een vrij onrustige schetspagina, die ik thuis zo goed mogelijk ‘ingekleurd’ heb. Veel geleerd over futen, wat een zorgzaam stel was dat.

Fazant, Atelier, Amersfoort, dinsdag 10 mei 2016

Er bloeit zo veel. Alles is mooi, maar ik heb vandaag helemaal geen zin in mooie bloemetjes….

Vandaar dat ik een rustig portret maak van mijn opgezette wilde fazant. Ooit heb ik die gekregen van de Kringloop, omdat ze geen opgezette dieren mogen verhandelen, en ik had een natuurhistorisch museum, dus ik kon ze goed gebruiken. De weinige taxidermisten van ons land vragen tegenwoordig enorme bedragen voor het opzetten van wilde (dood gevonden) dieren. Ik kreeg met grote regelmaat allerlei dieren, heel erg mooi. Kleine eekhoorntjes, twee eksters, twee spelende vosjes, een kraai, een egel, deze fazant en een goudfazant. Maar de meeste heb ik weggegeven aan kinderen toen mijn museum ging sluiten. En uitgerekend vandaag kreeg ik van een cursist een opgezette bergeend. Hij heet Frits, en ik houd nu al van hem.

Achter de fazant staat mijn nieuwe kamerlinde. Beetje vreemd wel.

Voorjaarsbomen, Schothorst, Amersfoort, dinsdag 3 mei 2016

Ik houd me elk jaar bezig met de uitroeping van ‘De Dag’. Dat is de dag dat alle bomen net in blad staan en allemaal een verschillend kleurtje hebben. Het begint in het vroege voorjaar met de twijgen van populieren en wilgen, maar het telt pas als ze allemaal blad hebben. Meestal is de eik het laatste en is het dan dus tijd. En dan moet het nog mooi zonnig zijn ook, want anders zie je het hele effect niet van het licht op de jonge bladeren. Vandaag is het zover. Ik ben de enige die in de jury zit, dus het is altijd goed.

We gaan dus bomen tekenen vandaag. Ik pak mijn fiets en schetsboek en maak een rondje door de wijk. Schothorst is een heel groene wijk met grote grasvelden en veel bomen. En omdat de tuinen over het algemeen zijn aangelegd na de bouw van de wijk in 1972, zijn de struiken en bomen volwassen. Daar houd ik van.

Ik stap van mijn fiets bij iedere boom die er mooi uitziet en niet te dichtbij staat. Dat is belangrijk omdat het anders veel te gedetailleerd en te groot wordt. Ik schets hem en schrijf de kleuren en de naam erbij. Het zijn bomen die ik jaren geleden ook eens getekend heb, maar dat was in de herfst en toen ging het om de individuele herfstkleuren van elke boom. Ach, elke dag is mooi.

Mussen, Atelier, Amersfoort, dinsdag 26 april 2016

Het weer is behoorlijk in de war de laatste dagen. Er valt van alles: regen, hagel, sneeuw en zon. In Drenthe is het zelfs een tijdje helemaal wit geweest. En het journaal waarschuwt met code geel. Sommige mensen worden daar helemaal onrustig van, maar ik vind het prachtig. Bladerend in mijn oude schetsboeken zie ik dat het elk jaar rond deze tijd vrij heftig is. Ik zie veel aquarellen met tere gele, roze en zachtgroene voorjaarsbomen voor een heel donker-indigo lucht. Eén keer ben ik op de Drakenburgerweg in Baarn (waar je niet mag stoppen) op de stoep gaan staan omdat ik het móest vastleggen. Een ander jaar waren het de bronsgroene acacia’s in Soest.

En dat was dus het plan vandaag. Maar terwijl ik dit dacht zat ik op een stoel recht voor het raam mussen te schetsen. Eerst heel snel, maar later geconcentreerd en tot in de details onderzoekend. Soms alleen een tijdje de houding aan een tak, soms de verschillen tussen de mannetjes, soms hun gedrag ten opzichte van elkaar. En ondertussen stelde ik steeds vragen: hoe rond is het eigenlijk, loopt die witte band door tot aan zijn rug, hoe rood is die wang, wat zie je precies van voren, hoe herken ik dat éne bazige vrouwtje…

Daarna heb ik de vogelboeken erbij gepakt, de vragen beantwoord, en de bladzijde verder afgemaakt uit mijn geheugen. Deze bladzijde is een mooi voorbeeld van schetsen (geboeid zijn door de natuur) en tekenen (details en biologische informatie opzoeken). Als dat samen een bladzijde wordt, voel ik me zeer tevreden.