Ik gooi het roer om.

Het verveelt me om in de tuin te tekenen. En dat komt omdat er geen ‘noodzaak’ achter zit. Zo heet dat in kunsttermen. Noodzaak betekent in mijn geval dat ik haast heb, dat het slecht weer is, dat ik pijn in mijn benen krijg van het staan, dat er herrie is om me heen, kortom, een beetje ellende. Dat mis ik. En als dat er niet is ga ik alleen tekenen als het mooi weer is, op de mooiste plek van de tuin. Dat is saai om te doen, maar ook om te zien ben ik bang.

Het is meteen leuker om er op uit te gaan. Iets beleven. Op de markt in Groningen is een geweldige viskraam en daar verlangde ik al naar van de week. Een beetje Portugees, een beetje vakantie.

De grote krabben trokken me. En daarnaast een enorme bak met krabbenpoten die kriskras door elkaar lagen. Terwijl ik tekenende begon een mevrouw naast me tegen mij te praten over de prachtige makreel. Ze noemde een Grieks recept, dat ik meteen opschreef en vanavond ga maken. Handig, je kunt het meteen opkrabbelen in het schetsboekje.

Onderweg naar station Noord kwam ik nog een exotische verrassing tegen: een Albizzia julibrissin, een geveerdbladige parosolboom met bovenop de parasol bloemen met lange lila meeldraden. Een heel bekende boom in Zuid Europa, dus hij hoort bij de bladzijde.