Dit plekje is interessant omdat je hier de hoogte van de wierde/terp goed kunt zien. De straat gaat links van mij naar beneden, het trapje gaat omhoog naar een schuin oplopend pad en het keermuurtje wordt smaller naarmate je dichter bij de kerk komt. Het trapje voert naar een smal kerkepad dat het knikkerpad genoemd wordt. Maar misschien heb ik dat al eens verteld.

Het is herfstig, gedeeltelijk bewolkt, met een bescheiden zonnetje en nog niet al te koud, dus ik zit op het randje van de stoep. Met mijn benen over zo’n mooie oude, ijzeren (?) opsluitband, tussen de tientallen kastanjes en bolsters. Net ver genoeg om niet geraakt te worden, in case of.

Ik pas mijn tekenmaterialen aan aan mijn gevoel: ik heb bewust een vlekkende zwarte fineliner gebruikt om te kunnen vegen. Ik wilde iets slordigs, ik wilde veel wit en lichte kleuren.
En in een kwartier tijd maak ik zo’n snelle schets waar mijn gevoel in zit: dunnetjes, blauwer, somberder, bezorgd over het coronavirus. Want ik ben echt bezorgd, het wordt weer uitkijken, ook hier in Groningen. Dus ook al is het een heel snelle schets, gevoel komt er altijd in.