Een heel warme dag, dus ik zoek een plekje in de diepste schaduw en dat is onder de grote bruine beuk. Wat een mooi plekje, met uitzicht op de onderste bladeren. Ik zit een heel tijdje stil omdat ik een jonge kraai heb gezien toen ik het paadje opliep. Misschien zie ik hem nog.
Ik ben dus afgeleid door het dier. Maar ik kan sowieso niet goed kijken, want ik hoor te veel. Bouwvakkers, stalen steigers, radio, kerkklokken, het is gewoon een klereherrie.

Schetsen is vastleggen wat ik voel op een bepaalde plek. Niet wat er allemaal te zien is. En als ik me afgeleid voel, is dat de boodschap. Hoe ga je daarmee om? Vastleggen dus. Horen is ook een zintuig en mijn zintuigen spelen allemaal mee als ik schets.

Intussen teken ik met mijn dunne pennetje de onderste takken van de beuk en wacht op de kraai. Het is echt een grote zwarte kraai met heel veel witte veren. Zou het een kind zijn mijn mijn tuinkraai? En zouden al die kinderen straks in onze tuin op bezoek komen? Hm.