Er ligt sneeuw! Niet zo veel als in het midden van het land, maar toch, het telt.

Ik voer elke dag op dezelfde tijd, op vier verschillende plekken. Dat doe ik om de vogels te laten wennen aan mijn aanwezigheid en omdat ik weet dat ze allemaal een specifieke manier van eten hebben. Merels en roodborstjes eten het liefst op de grond. Meesjes het liefst hangend. Maar wat ook bij iedere vogelsoort anders is, is de manier van aanvliegen. De merels maken de meeste spoorafdrukken omdat ze zich vooral lopend verplaatsen. Andere vogels vliegen naar een takje om van daaruit af te dalen (roodborstje), en weer andere landen ter plekke bij het voer, het liefst op een tafel (tortelduif). De echt grote jongens (eksters, kauwen en kraaien) lopen zo min mogelijk. Ze komen via bomen en dakranden dichterbij en nemen dan een duikvlucht tot naast het voer.

Omdat merels vooral lopen, staat de tuin vol pootafdrukken. En wat leuk is: overal zijn paadjes in de tuin, onder de heg door, achter planten langs, om de Euphorbia heen en onder de roos door. Paadjes die ze kennelijk steeds weer gebruiken, want ze zijn helemaal platgestampt. Er zitten op dit moment negen merels tegelijk die nu al bezig zijn met hun territorium. Ze vechten elkaar de hele dag de tent uit. Ben benieuwd wie het wint.