Niet te geloven dat het vorige week zo stormde.

Nu zit ik op het terras in de tuin. Het is zo zacht dat ik niet snel hoef te zijn. Dus zit ik lekker rustig te kijken. Omdat het contrast met vorige week zo groot is, besluit ik ongeveer hetzelfde te schetsen. Maar dan iets hoger tegen de lucht, want de abeel van de achterburen bloeit met witte katjes en de lucht is egaal blauw. Zo mooi. Het is trouwens geen wilgensoort, wat ik eerst dacht, maar een grauwe abeel. In tegenstelling tot de witte abeel die hier zo prachtig langs de wegen staat. Die heeft veel witter blad en zo’n mooie stam met zwarte ‘ogen’.

Ik haal mijn kleurpotloden en probeer de bloeiende takken te pakken met alleen kleur. Dat is een hele uitdaging, omdat ze nogal klein zijn. Ik besluit alleen de lucht te doen en waar het contrast het grootst is, duw ik wat harder op mijn kleurpotlood. Het werkt.

Het is heerlijk buiten, met een dik vest weliswaar. Maar alle kauwen in de bomen kakelen, de koolmeesjes zitten elkaar achterna, de duiven vliegen piepend en knarsend voorbij en de kraai zit achter me op het dak te praten. En verder hoor je hier niks. Ja, de vuilnisman.