Wat is de tuin prachtig, alles bloeit.

Benieuwd naar het uitzicht op de kerk ga ik weer eens in mijn boszitje zitten om te tekenen. Dit is de plek die het meest onderaan de heuvel van de wierde is, helemaal achterin de tuin. Nou, dat uitzicht valt tegen, want ik zie alleen de spits van de kerktoren. Dat is wel een beetje erg weinig, dus er zal gesnoeid moeten worden als de roos uitgebloeid is. En om nu alleen maar groen te tekenen, vind ik ook een beetje jammer.

Ander onderwerp dan maar. Recht voor me is de Grub. Dat is een stukje tuin achter de plaats waar vroeger de kas stond. Een  smalle strook van een meter breed en zo’n 50 cm. dieper dan de tuin. Het lijkt op de strontgoot in een varkensschuur, wat volgens de boer vroeger een grub heette. Ik heb het beplant met schaduw en nattigheid lievende planten, varens, slaapkamergeluk en een vlier. Maar langs de randen mag iedereen door de wanden piepen. En dat gebeurt: een paar aar-leeuwebekken, een enorme varen, de passiebloem van de buren en op de voorgrond de prachtige magenta Geranium psilostemon. En dat licht er doorheen! 

En natuurlijk de Cotinus, maar die staat er speciaal voor dat licht, want ik wist het.