Daar gaat ie, van links naar rechts:

bruine venkel, aarleeuwebek, teunisbloem, dille, Verbena, koningskaars, Miscanthus, Spaans riet, ezelsoor, vrouwenmantel, stokroos, pluimpapaver, duizendknoop (in een grote pot), en in de zwarte bak: kompasplant.

Stuk voor stuk jongens die houden van groeien. Dat is precies de reden dat ze hier staan, want dt moet een spannend poortje worden naar de ‘benedentuin’. De grote zwarte metselkuip staat op een hoge stapel stoeptegels. Zo heb ik een lekker beschut plekje waar niemand me kan zien.

Als ze allemaal zo groot worden als ze kunnen, wordt het hier een woud van 2 meter hoog, met nog een woud er bovenop dus van de kompasplant. Dan moet ik met mijn kapmes een gat maken om er door te kunnen met mijn dagboek en kopje koffie. Heerlijk.