Natuurdagboek week 12, Warffum, woensdag 21 maart 2018

Er is niet zo heel veel veranderd deze week, en toch zie ik weer heel andere dingen. Mijn oog valt op de stam van de vleugelnoot, die prachtig gegroefd is en met een beetje licht al heel schilderachtig.

Terwijl ik staand aan het tekenen ben, zie ik pas hoe mooi de panden aan de Torenweg zijn, die links en recht van de boom doorlopen. Ja, en toen was ik dus de mooie details vergeten; het is een impressie, moet je maar denken. Wat zo geweldig hier is, is dat alle huizen anders zijn, met andere ramen, schoorstenen, balkons en daklijsten. Maar de kleuren van zowel de bomen als de huizen lijken allemaal van één schilder te komen. Dat maakt het zo mooi. Het dak van het kerkpand en de stammen van de bomen zijn lichtjes bedekt met dezelfde kleur groen. De kozijnen van de ramen, de sneeuwklokjes en de Taxus horen ook bij elkaar. En verder zie ik overal dat kleurtje wat bruin-oranje heet (RAL 2012) en wat de kleur is van de grond, de akkers, en de muren van de huizen.

Mijn tweede voorjaar hier. De winter was heftig. Het is nu dezelfde tijd als toen we vorig jaar hier voor het eerst rondliepen. De sneeuwklokjes bijna uitgebloeid en het speenkruid in aantocht.

Natuurdagboek week 11, Warffum, woensdag 14 maart 2018

De kerktuin in Warffum is flink onder handen genomen. Ik mis opeens van alles. Er is een hele haag Berberis weg. De Taxus, die enorm was, is tot ‘op het bot’ gesnoeid. En wat overblijft is een heel kaal gebeuren.

Restvorm. Daar lijkt het vandaag over te gaan. Ik ben begonnen met de gesnoeide Taxus te tekenen, omdat het me pijn doet. Ik weet dat hij weer stralend uitloopt, maar toch. Ik heb medelijden met de kinderen en de vogels die er hutten in bouwden. Je zult maar niet weten dat hij weer uitloopt, dan schrik je je toch een ongeluk? In mijn tekening blijft het een restvorm, dat is in tekentermen een vorm die overblijft tussen en naast de lijnen van de tekening. De lucht dus eigenlijk. Dat klopt ook met mijn gevoel: ik laat het even open, ik weet niet zo goed wat ik er mee moet.

Al struinend door de kerktuin vond ik verrassend veel andere dingen: bloemknoppen van de narcis, veel grotere bladeren van de boshyacint dan vorige week en zelfs een piepklein blauw knopje van de Scilla sibirica, de schat. En speenkruid. En vergeet-mij-nietje. Schieten jullie een beetje op, jongens? We wachten ‘reikhalzend’; wat ik me daarbij ook moet voorstellen.

Voor ik het wist zat ik opeens het huis aan de Hoofdstraat te tekenen. Dat was me eerder nooit zo opgevallen. Het is een leuk Gronings huis met mooie details. Dat het opeens opvalt komt natuurlijk doordat mijn geliefde Berberis weg is.
Alle ná heb z’n voor.

Natuurdagboek week 10, Warffum, woensdag 7 maart 2018

Mistig, maar met de belofte van een prachtige zonnige dag. Het is wel koud vanmorgen, de druppels hangen aan mijn neus. Af en toe valt er één op mijn boekje, maar gelukkig is mijn nieuwe blauwe potlood niet wateroplosbaar.

Ik sta tegen een schuine boom geleund, zodat ik de kauwen hoog in de toren goed kan bekijken. Ze maken een enorme herrie. Ik kan alleen niet goed zien of ze met hun nesten bezig zijn, het lijkt me van niet, want ik zie niemand met een stokje. Ze zitten een beetje te knuffelen in de vierkante gaten onder de dakrand. Pure liefde dus.

Wat me vanmorgen vooral opvalt is de enorme stam van de bruine beuk, die wel een paar meter breed is. Als heel teer contrast staat het rond de voet vol met knoppen van sneeuwklokjes. Ze zijn nog niet open, net als de winteraconieten, maar dat is over een uurtje wel anders. Ik ga straks nog even kijken, maar dan zijn jullie er niet bij.

Natuurdagboek week 9, Warffum, woensdag 28 februari 2018

Vandaag wilde ik beginnen met een ander weekboek: een natuurdagboek met alles wat er zo’n beetje gebeurt hier in Warffum. Maar het is ijzig koud. De temperatuur is vijf graden onder nul, maar door de stevige wind lijkt het wel -20.

Maar afspraak is afspraak: dus ik ga met handschoenen en dikke jas naar buiten. Ik houd het een kwartier vol. En ik heb weer een aantal dingen gezien die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat sneeuwklokjes plat op de grond gaan liggen tijdens de vorst. Dat is een heel raar gezicht als je ze van de week nog vrolijk zag klingelen in de zon. Wat zal dat straks een energie kosten om weer recht overeind te komen. En dat de daslook heel sterk geurt. Waarom eigenlijk bij -20? En dat de tere aconietenbloemen van plastic lijken te zijn. Toen ik in 2013 in Zwitserland een gele anemoon tekende in mijn Flora viel me ook al op dat bloemblaadjes van koude streken iets plastic-achtigs hebben. Als ik ze lospeuter om te tekenen voelen en klinken ze heel anders dan ze eruit zien. Een soort antivries dat later ontdooit misschien?

De boerencrocus liet een intens paars spoor achter op mijn bladzijde, wat ik wel leuk vind. Ik ben benieuwd of het paars blijft.

Valentijn, atelier, woensdag 14 februari 2018

Wees nou eens eerlijk: is dit geen schatje? Je zult toch maar zoiets krijgen voor Valentijn?! Het lag vanochtend bij de krant op de grond in de huiskamer. Uitstekende plek, bedacht en uitgevoerd door onze poes Siepie.

Uit dankbaarheid ben ik het maar gaan tekenen. Je moet toch wat om te laten zien dat je het waardeert en opeten vond ik niet zo’n goed idee. Bovendien had ik net ontbeten. Het is een spitsmuis en die heb ik nog nooit getekend en bestudeerd. Zijn neusje bestaat uit twee helften die allebei rood zijn. En in zijn pootjes zit ook een spikkeltje rood, alsof de toppen van zijn vingertjes gekleurd zijn. Mijn vergrootglas was niet sterk genoeg om het goed te kunnen zien. Ik heb alles gedetailleerd bekeken en getekend en tot slot wilde ik zijn pootafdruk. Alleen, hoe doe je dat? Ik heb zijn pootje ingesmeerd met rode aquarel en er toen een klein papiertje voor gehouden en afgedrukt. Voelt wel een beetje raar hoor, maar het resultaat is een scherp plaatje van alle bobbeltjes in zijn voet.

Dank je wel Siep, je bent een echte vriend.