
Slik.
Ik ga eerst even koffie zetten. En mijn bureau moet nodig opgeruimd. Hoe is het met de poes? O ja, die ligt lekker te slapen.
Nou, daar gaat ie. Potloden uitzoeken; o nee, want het is wit. Andere spullen opruimen dan. Hoe is het eigenlijk met mijn Geraniumboek?
Er is een naam in de biologie voor dit gedrag. Een poes doet het ook als hij net een muisje mist met zijn klauw. Dan gaat ie uitgebreid zijn poot zitten likken, want dat was ie ook eigenlijk van plan. Muis? welke muis? Meidoorn? Welke meidoorn? Al die bloemetjes zeker.
Na al deze smoesjes ben ik toch maar gewoon begonnen. Niet te lang nadenken maar rechts bovenaan de eerste bloem tekenen. Zonder potloodtekening, want daar word ik alleen maar zenuwachtig van. En dan blijkt alles visueel aan elkaar ‘vast’ te zitten en kan ik met mijn gehoorzame mier (‘de Mierenwandeling’) zomaar van de ene naar de andere bloem overstappen. Hoe dit werkt? Tja, daar heb ik jarenlang in les gegeven. Maar het werkt. En het voorkomt een hoop stress, maar vergt een hoop concentratie. Juist bij dit soort plantportretten. Er zijn meer moeilijke planten waarbij ik hetzelfde te werk ga: uien, fluitekruid en andere planten met veel kleine bloemetjes.
Deze tak komt (zoals alles) uit de tuin. We hebben een aantal jaar geleden een meidoornheg in de tuin geplant en die is nu bijna twee meter hoog. En omdat die haag vaak gesnoeid wordt, hebben we er een boompje naast gezet dat vrij kan bloeien en bessen kan maken. Daarvan is deze tak. En hij ruikt zo heerlijk dat mijn hele atelier geurt.