visie

Ik houd van de natuur, maar het is meer dan bewondering. Ik heb als kind veel dingen over het leven geleerd door naar de natuur te kijken, zittend in mijn oude knotwilg. Ik zag dat sommige bloemen hun eigen insecten hebben, ik zag samenhang maar ook strijd en doodslag. En dode insecten worden weer gegeten door anderen, dus alles heeft een functie en alles in in samenhang.

In het begin dacht ik dat iedereen dat wist. Maar ik kwam er steeds meer achter dat mensen zichzelf belangrijker vinden dan die beessies. Dus wil ik vertellen over wat ik zie en denk. Ik wil laten zien hoe mooi zelfs de kleinste details zijn, ik teken ze, ik zet ze op een voetstuk, ik schrijf erover en ik praat erover. Dat is de diepe drijfveer van mijn werk.

Ik ontdekte een heel klein nestje van een sluipwesp in de vorm van een wit lampionnetje van nog geen 3 millimeter. Hangend aan een heidestengel. Zo mooi. Maar dat kan heel gauw verstoffen tot een onduidelijk dingetje in een doosje. Ik ontdekte dat glas het materiaal zou zijn. Dus zoek ik een glaasje waarin het geheel op z'n allermooist tot zijn recht komt. Met die instelling heb ik destijds het Vindselmuseum gemaakt. Elk detail volledig tot zij recht laten komen. Een mooi voorbeeld is mijn etalage-opstelling met mini-vindsels in mijn huidige Atelier.

Met de methode van exposeren ben ik jaren bezig geweest. Moet ik plankjes gebruiken, moet ik dingen aan de muur hangen? Ik besloot niet uit te gaan van het exposeren, maar van het vindsel zelf. 'Wat wil het vindsel?', was mijn absurde vraag. Ik besloot glas te gebruiken en zwart als kleur.
De kleur zwart in mijn werk is voor mij logisch. Het refereert aan een Black Box. Daarin zitten traditioneel de gegevens die belangrijk zijn na een crash. Stel dat de wereld crasht, dan zijn mijn vindsels het belangrijkst. Niet echt natuurlijk, maar de filosofie: kijk als een kind naar de natuur. Daarom was het Vindselmuseum zwart, en daarom was mijn eerste grote kunstwerk voor het WNF zwart. Daar kwam later bij dat zwart een hele mooi expositiekleur is omdat alle natuurkleuren erop schitteren.

Tijdens de voorbereidingen voor een schetsreis naar Engeland ontdekte ik de instelling The Beaney >> in Canterbury. Een statig oud gebouw met enorme trappen en prachtige tegelvloeren, waarin diverse publieksfuncties zijn ondergebracht, zoals de VVV en de openbare bibliotheek. Dat was al verbazend genoeg.
Maar ook: een mooie ouderwetse natuurcollectie, zo fraai vormgegeven dat ik alles ben gaan vastleggen. Hoe ze dingen ophangen, hoe ze naambordjes maken. Kortom, ik was diep geraakt. Het opvallendste vond ik de manier waarop men met het publiek omging. Kinderen en volwassenen werden op allerlei manieren uitgedaagd om te gaan tekenen, en wat me opviel was hoe serieus men kinderen nam.

Want dat was ook een stap: hoe bereik je het publiek? Hoe krijg je ze betrokken? Hoe zorg je dat ze beter gaan kijken? Door mijn tekenlessen sowieso, en in mijn expositie door elk voorwerp met respect te behandelen. De liefde en toewijding die ik in mijn opstelling stop, komt kennelijk over. En, om een steeds terugkerende vraag te beantwoorden: ik vind schoonmaken heerlijk, want dan pak ik alles weer eens vast.

In mijn tekeningen ga ik op dezelfde manier te werk. Elke bloem is belangrijk. Ze staan er niet voor het effect, maar uit respect. Zelfs de kleinste plantjes zijn de moeite waard.

Ik geef workshops over losse elementen in de natuur. Als het een bomenles was, zeggen de deelnemers later dat ze de hele week alleen maar allerlei bomensoorten hebben gezien. Dat komt omdat ze eventjes sterk geconcentreerd waren op dat onderwerp. Concentratie is bij mij een sleutelwoord. Concentratie kun je leren. Het is geen flow waar je wel of niet in komt. Het is een manier van kijken.

.