over Trudy

Ik groeide op aan de rand van Wageningen tussen boeren en wetenschappers. Aan de ene kant begon het Binnenveld - tussen Wageningen en Rhenen - en aan de andere kant het instituut 'Entomologie'. Dat heeft veel betekend voor mijn carrière en levenshouding. Ik ben, en nu nog steeds, een levenslustig en nieuwsgierig kind.

Mijn lievelingskleren waren spijkerbroek en laarzen voor in het natte gras. Het waren licht gebogen weilanden met in de lengte kleine greppeltjes. Er groeiden allerlei bijzondere bloemen: koekoeksbloem, zuring, boterbloem, dotterbloem, moeraskartelblad en kievitsbloem. Ik wilde al die bloemen kennen. Geen idee dat zo'n weiland 'blauwgrasland' heette, en zeer zeldzaam zou worden.

Als ik de andere kant op liep richting Wageningen, kwam ik bij Entomologie, (insectenkunde) van de Wageningse Universiteit. Op een dag liep ik de grote trap op en een gang in. Gewoon nieuwsgierig, maar toch wel een beetje verlegen. Een meneer in een kamertje wenkte mij. Hij zat op een krukje in een enorme la te kijken. Die zat vol met Morpho's, schitterend blauwe tropische vlinders. Mijn adem stond stil en op dat moment voelde ik waar mijn toekomst lag, zonder precies te weten wat en hoe. De meneer sloot de la, opende een andere en pakte een lege doos, die hij vulde met mij bekende Nederlandse vlinders, sloot het deksel en zei: 'Alsjeblieft, voor jou.'

Ik deed examen Havo en slaagde met een 9 voor biologie en een 9 voor tekenen. Maar voor de studie biologie miste ik de benodigde wiskundeknobbel en de kunstacademie in die tijd gaf geen les in plantjes tekenen. Uit een beroepskeuzetest kwam een opleiding Bibliotheek- en documentatieacademie. Mijn liefde voor boeken is inderdaad een derde passie. Ik heb de opleiding niet afgemaakt en ben overgestapt naar de middelbare tuinbouwschool 'Huis te Lande', een creatieve en veelzijdige opleiding, waardoor ik werk vond bij het voorbereiden en beheren van de Internationale Tuinbouwtentoonstelling Floriade 1982.

Daarna trouwde ik en kreeg ik een gezin. Ik heel veel gaan tekenen en heb ik een opleiding 'Illustratief tekenen' gedaan bij de LOI. Dat bevredigde me niet genoeg en ik zocht naar grote voorbeelden op mijn vakgebied. Eerst in boeken en musea, en van tekenaars die ik bezocht.Zo heb ik heb mezelf leren tekenen en als natuurillustrator publiceerde ik in tijdschriften. Ik maakte columns voor 'Seasons' en voor de plaatselijke krant. Tekenen en schetsen gaat bij mij meestal vergezeld van schrijven, of dat nu in de vorm van een stuk tekst is of als losse opmerkingen bij schetsjes.

Het was me opgevallen dat de schetsboekjes van de grote meesters vaak veel levendiger en speelser zijn dan hun uitgewerkte schilderijen. Bekend zijn de schetsboekjes van Van Gogh, de schetsen van Tiepolo, Da Vinci, Rembrandt en vele anderen.
Ik besloot er een studie van te maken en kopieëerde veel schetsen om te voelen hoe de meester het had gedaan. Welk materiaal, welke snelheid, welke omstandigheden? Toen ontdekte ik een enorm boek met de schetsen van Eugène Delacroix van zijn reis in Marokko. Ik heb met stijgende bewondering uren in het boek zitten bladeren en besloot mijn vak te maken van het schetsen en de lessen daarin.

Na het voltekenen van tientallen boekjes ontdekte ik dat ik ernaar streef om op één bladzijde alles te zeggen over een bepaalde sfeer of plaats. Het heeft iets journalistieks om dingen te willen vastleggen. Ik wil dat je in één oogopslag meteen de sfeer te pakken hebt. Ik noem het een instant-tekening, samengedrukt en gedroogd, en weer in leven te brengen door de kijker. Frederick Franck, de Amerikaanse schrijver van 'Zen zien, Zen schetsen') stimuleerde me om mijn eigen weg te volgen. Het is me uiteindelijk gelukt. Een goed voorbeeld van deze werkwijze zijn de columns die ik elke week publiceer op mijn website.

Intussen uitte mijn liefde voor de natuur zich in het verzamelen van natuurvoorwerpen, die ik gebruikte voor installaties en kleine kunstwerken. De grootste installatie was de Black Box in opdracht van het Wereld Natuur Fonds, uitgevoerd met vondsten van kinderen en gemaakt in de patio van Museum Naturalis in Leiden. Dit kunstwerk en vooral zijn kleur en visie waren de basis voor het latere Vindselmuseum in Amersfoort, dat landelijk bekend werd.

Lees hier meer over het Vindselmuseum >>.

Ik had ook een lesmethode uitgedacht ('de Mierenwandeling') en ik gaf fulltime les aan beginners die goed wilden leren tekenen. Alle cursisten gebruiken een schetsboekje om in te werken vanwege de zichtbare ontwikkeling van de cursist. De combinatie van een boekje, kleine illustraties en teksten bleek veel mensen aan te spreken.

Toen stond ik voor de keuze om te gaan illustreren, ontwerpen of vrije kunst te maken, en heb ik heel bewust juist geen keuze gemaakt. Ik wilde terug naar mijn eigen beginpunt om te weten hoe ik mezelf heb leren tekenen, zodat ik het andere mensen zou kunnen leren.

Later kwamen er schetsreizen om mensen meer praktisch te kunnen begeleiden in het schetsen onderweg. Dat vergde de nodige voorbereiding en flexibilteit, en medewerking van oud-cursisten. De jaarlijkse voorjaarsreis naar Portugal werd een begrip en later kwam er een nazomerreis naar Engeland bij. Tegelijk werden in de zomer dagexcursies aangeboden, zodat ik mijn enthousiasme op een heel directe manier op mijn cursisten kon overbrengen.

Lees hier meer over mijn schetsreizen >>.

Sinds april 2017 gebruik ik al die opgedane ervaring in mijn atelier in mijn nieuwe woonplaats Warffum.

Download hier mijn cv >> (een pdf bestand).

.