Het is een prachtige dag. Het is zo’n dag waarop je denkt: was het altijd maar zo. Niet te warm, niet te koud, lekker zacht windje, alles in bloei en in blad, vlinders in mijn tuin, merels in de heg… Maar als het altijd zo was, had je er na een week genoeg van, omdat die belofte van echt groene bomen dan nooit ingelost wordt. Omdat de akeleien nooit gaan bloeien.

Dus genieten we van het moment en denken niet aan gisteren of morgen. De kauwen zijn druk. Volgens mij zijn de jongen inmiddels groot genoeg en zijn de ouders weer alleen. Misschien zijn ze bezig met een tweede leg.

Mijn tamme kraai zit een stuk verderop in de tuin en komt mijn kant op. Net als een ekster loopt hij door zijn poten voor elkaar te zetten. Hij hipt niet als een merel. Hij gaat tot onder de stapel stenen met de voerbak om te kijken of er op de grond nog iets te vinden is. Inmiddels zit hij op een meter of drie afstand en kan ik hem heel goed bekijken. Fantastisch, straks is hij zo tam dat ik mijn schetsboekje erbij kan pakken. Tot de poes van de buren om de hoek komt, en hij er als een haas vandoor gaat. Misschien is ie straks wel minder bang voor mijn jonge poesje.