De Holle Bilt is een doodlopend weggetje naar restaurant ‘de Biltsche Hoek’ evenwijdig aan de N237 van de Bilt naar Zeist. Zo’n weggetje dat erom vraagt om in te gaan. Dus doe ik dat, als ik op de terugweg ben van Utrecht naar Amersfoort. Ik herinner me dat hier in de zomer ergens een enorme bruine beuk staat. Die ga ik ook nog eens tekenen.

Ik parkeer de auto op een weidedammetje met uitzicht op een landhuis. Het vriest, maar ik ga toch de auto uit om te schetsen, leunend op het oude weidehek. Aan de schaduwkanten van het hout zit rijp. Aan de zonkant schijnt de winterzon op de mooie olijfgroene kleur van het hout. De weide is heel zacht-geelgroen en de akker ernaast heel licht oker met terra. Mooie kleurtjes. Heel zacht en teer, terwijl de takken van de bomen pikzwart zijn. Dat contrast vind ik prachtig.

Er komen verschillende fietsers en wandelaars voorbij. Sommigen zeggen tegen elkaar als ze allang voorbij zijn: ‘…..schetsen geloof ik’. Daar moet je tegen kunnen. Iedereen is altijd verbaasd als je ergens staat te tekenen. Vooral gewoon langs de weg. Ze denken dat je van de gemeente bent of erger: van het Rijk of de politie. Of dat je hun eigendom alvast verkent om ‘s avonds in te breken.

Dus, als u me tegenkomt: ik schets gewoon. Onschuldiger kan het niet.

Ik zou naar de Hortus in Utrecht. Ik had me helemaal verheugd op een ochtend in de orchideeënkasjes en op een schetsresultaat met groene planten en blauwe kikkertjes. Parkeren was een probleem, dus ik reed een eind om en parkeerde verderop. Toen ik eindelijk bij de Hortus aankwam, bleek hij dicht wegens de winter (welke winter?). Ik had ook eerst op de website kunnen kijken, maar ik ging er gewoon van uit dat zoiets het hele jaar open is. Niet dus.

Dan maar naar Eurofleur. Dat is het grootste tuincentrum dat ik ken en dat is fijn als je ongestoord wilt schetsen, ik bedoel dat je dan anoniem achter een grote plant kunt staan. Er is een enorme kamerplantenafdeling, dus inspiratie genoeg. Ik studeer anderhalf uur op allerlei mooie details van planten, die ik wil uitvergroten als abstracte tekeningen. Dat mislukt. Ik brouw een afzichtelijke kindertekening, die ik na uren werken uiteindelijk toch afkeur. Ik weet niet waar het aan ligt, waarschijnlijk het tekenmateriaal (kleurpotlood) in combinatie met het gladde papier. Of gewoon aan mij.

En al die tijd ligt deze schets van 15 vogels op mijn cursustafel. Gisteren tijdens de les begonnen, en na de les afgemaakt met nog een paar exemplaren. En ik vind het een vrolijke stapel.

Zondag was ik in het Von Sieboldhuis in Leiden om de tentoonstelling ‘Fuji in beeld’ te bekijken. Een tentoonstelling met onder andere het werk van Hokusai en Hiroshige, die beiden een serie uitzichten op de beroemde vulkaan Fuji bij Tokyo hebben geschilderd. Mooie en interessante tentoonstelling met veel verschillend werk.

Jammer dat wij zo’n berg niet hebben, ik zou ook wel zo’n serie willen maken. Wat we wél hebben is de Onze Lieve Vrouwetoren, die toch ook gerust wel zo’n 98 meter hoog is. Zou je die ook van verschillende kanten kunnen zien? Misschien is dat wel een heel leuk onderwerp. Ik besloot met de auto een rondje Amersfoort te doen. Het werd een leuke tocht van 64 kilometer, waarbij ik er voor moest zorgen genoeg afstand tot de stad te houden, anders ging de hele toren volledig schuil achter flats en kantoorgebouwen. Aan de westkant bij Soest lukte het sowieso niet, op een schets bij de Bokkeduinen na. Opvallend was dat ik steeds uitkwam bij beken en stromen: de Esvelderbeek, de Modderbeek, het Valleikanaal, de Eem en de Laak.

‘Bent u de weg kwijt?’ zei een wilgenknotter in Stoutenburg.
‘ Watdoetudaar?’ vroegen de scholieren die onder de brug doorfietsten bij de spoorlijn. ‘Tekenen’ riep ik. ‘Oleuk!’ riepen ze terug.
‘Ik heb de toren ook geschilderd’ zei een voorbijganger met hondje.
‘Halloooo, huh, haloo, lekkerhe?’ zei de papegaai bij het café in Achterveld.

En zo heb je overal aanspraak.

Ik voel een bladzijde aankomen. De lucht is koud en half bewolkt, maar er zit een beetje oranjegeel in, en dat belooft een mooie lucht.

Het wordt dus lucht vandaag. Wat zal ik meenemen? Alle tekenspullen, want ik ga met de auto en ik zie wel waar ik beland. Als ik maar lucht zie. En het is te koud voor buiten dus ik blijf waarschijnlijk lekker in de auto tekenen. Heerlijk om zo op weg te gaan, het voelt echt als vakantie, of meer als zwerven eigenlijk, want ik weet niet waar ik heen ga.

En toen ging ik zomaar richting Wageningen…helemaal vanzelf…wat is dat toch gek zeg. En opeens stond ik boven op de Wageningse Berg oog-in-oog met die lucht boven het Lexkesveer in de diepte. Mijn lievelingsplek.

Vanuit de auto tekenen ging toch niet zo makkelijk, dus heb ik een uur op een bankje zitten studeren. Daarna heb ik mezelf verwend met een lekkere, warme chocolademelk in het Hotel, zo’n mooie met slagroom. En vanaf die plek zwoegde ik nog op een krans om de zon. Toen trok het dicht. Dacht ik.

Na een paar boodschappen en wat rondhangen reed ik om 4 uur richting snelweg en ging de zon toch nog groots en spectaculair onder, met alle kleuren uit mijn zwarte tekenrollen. Ik wist gewoon niet waar ik moest kijken, zo mooi.

Hoe mooi de vorige bladzijde ook was, het bevalt me niet. Het is te mooi en impliceert dat ik aan mijn tekentafel zit. Dat is tekenen dus. Ik wil een dagboek maken en geen platenboek. Daarmee val ik in dezelfde valkuil als al mijn leerlingen: zorgen dat het mooi wordt, vooral als het gepubliceerd moet worden. En ik maar roepen dat schetsen fouten maken is, en vallen en opstaan, en dat er altijd wel iets is wat je ervan leert. Confronterend hoor. Schetsen dus. OK. Daar gaat ie.

Ten eerste moet je zorgen voor een ervaring. Dat betekent dat je uit je huis moet komen. Er op uit, met de fiets of de auto, maar uit je huis, en vooral, weg van je tekentafel. Ten tweede: neem een doel. Dat kan een plek zijn waar je naar op weg gaat, of je er nu daadwerkelijk aankomt of niet, maar ook de zwerftocht op zich kan een doel zijn. Wat ook belangrijk is, is dat je tekenmateriaal meeneemt waarmee je alle kanten uit kunt. Niet te veel, maar iets wat tonen geeft, iets voor lijnen, iets wat uitgewassen kan worden, dat soort dingen. Dit keer had ik me beperkt tot een doosje met allerlei sanguine-tinten.

En dan heb je na anderhalf uur studeren één kopje van een kievit. Dat is alles wat er echt een beetje gelukt is. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar dat éne kopje is wel heel fraai gelukt met mijn bruine Pentel Brush. En verder een bladzijde vol herinneringen: met geluid (van auto’s vooral) gedachten (ongeconcentreerd), beelden (veel te veel vogels), en gevoel (heel harde wind).