Arboretum Belmonte, Wageningen, dinsdag 29 december 2015

Arboretum Belmonte 29 december 2015
Ik voel een bladzijde aankomen. De lucht is koud en half bewolkt, maar er zit een beetje oranjegeel in, en dat belooft een mooie lucht.

Het wordt dus lucht vandaag. Wat zal ik meenemen? Alle tekenspullen, want ik ga met de auto en ik zie wel waar ik beland. Als ik maar lucht zie. En het is te koud voor buiten dus ik blijf waarschijnlijk lekker in de auto tekenen. Heerlijk om zo op weg te gaan, het voelt echt als vakantie, of meer als zwerven eigenlijk, want ik weet niet waar ik heen ga.

En toen ging ik zomaar richting Wageningen…helemaal vanzelf…wat is dat toch gek zeg. En opeens stond ik boven op de Wageningse Berg oog-in-oog met die lucht boven het Lexkesveer in de diepte. Mijn lievelingsplek.

Vanuit de auto tekenen ging toch niet zo makkelijk, dus heb ik een uur op een bankje zitten studeren. Daarna heb ik mezelf verwend met een lekkere, warme chocolademelk in het Hotel, zo’n mooie met slagroom. En vanaf die plek zwoegde ik nog op een krans om de zon. Toen trok het dicht. Dacht ik.

Na een paar boodschappen en wat rondhangen reed ik om 4 uur richting snelweg en ging de zon toch nog groots en spectaculair onder, met alle kleuren uit mijn zwarte tekenrollen. Ik wist gewoon niet waar ik moest kijken, zo mooi.

Polder Arkemheen, Nijkerk, woensdag 23 december 2015

Polder Arkemheen 23 december 2015
Hoe mooi de vorige bladzijde ook was, het bevalt me niet. Het is te mooi en impliceert dat ik aan mijn tekentafel zit. Dat is tekenen dus. Ik wil een dagboek maken en geen platenboek. Daarmee val ik in dezelfde valkuil als al mijn leerlingen: zorgen dat het mooi wordt, vooral als het gepubliceerd moet worden. En ik maar roepen dat schetsen fouten maken is, en vallen en opstaan, en dat er altijd wel iets is wat je ervan leert. Confronterend hoor. Schetsen dus. OK. Daar gaat ie.

Ten eerste moet je zorgen voor een ervaring. Dat betekent dat je uit je huis moet komen. Er op uit, met de fiets of de auto, maar uit je huis, en vooral, weg van je tekentafel. Ten tweede: neem een doel. Dat kan een plek zijn waar je naar op weg gaat, of je er nu daadwerkelijk aankomt of niet, maar ook de zwerftocht op zich kan een doel zijn. Wat ook belangrijk is, is dat je tekenmateriaal meeneemt waarmee je alle kanten uit kunt. Niet te veel, maar iets wat tonen geeft, iets voor lijnen, iets wat uitgewassen kan worden, dat soort dingen. Dit keer had ik me beperkt tot een doosje met allerlei sanguine-tinten.

En dan heb je na anderhalf uur studeren één kopje van een kievit. Dat is alles wat er echt een beetje gelukt is. Soms zit het mee, soms zit het tegen. Maar dat éne kopje is wel heel fraai gelukt met mijn bruine Pentel Brush. En verder een bladzijde vol herinneringen: met geluid (van auto’s vooral) gedachten (ongeconcentreerd), beelden (veel te veel vogels), en gevoel (heel harde wind).

Korte Duinen, Soest, dinsdag 15 december 2015

Korte Duinen 15 december 2015
Dit was ik helemaal niet van plan. Ik heb een groot aantal schetsen gemaakt van landschapjes tijdens de wandeling van de parkeerplaats naar de Korte Duinen in Soest. Leuke plekjes, mooi zonnetje door de bomen, een aantal pony’s op een rij, studies van de lucht met waterig winterzonnetje en snoepkleurtjes….

En waar kom ik mee thuis? Een hand vol heel kwetsbare groentjes. Na een uur zitten en schetsen op het prachtige stuifzand besloot ik naar huis te gaan en nam een kronkelig bosweggetje. Wat was het toch mooi groen hier. Er staat gewoon veel hulst en Taxus. Maar toen besefte ik dat er veel meer groen was dan normaal. Ik zag een stinkende gouwe volop in blad, en vlak daarna een heus boterbloembloemenblad. Ik begon te plukken en had al snel een handvol verschillende groentjes. Niet stevig en stralend zoals in de zomer, maar toch. Kom op jongens; het is verdorie 15 december.

15 december: ik moet mijn moeder nog bellen, want die is 90 geworden!! Ook stralend groen.