Spetters, Warffum

Spetters, Warffum, woensdag 16 mei 2018

spetters 16 mei 2018

Gisteren was ik terug in de omgeving waar ik opgroeide. Ik keek uit op de kerk van Dodewaard met een oude strang ervoor. Dat is een oude zijstroom van de rivier de Waal, die ooit buiten zijn oevers is getreden. Vroeger was dat eng, nu heet dat ‘Nieuwe Natuur’. Het is een heel mooi stukje Betuwe.

De dijk is bezaaid met bloemen: fluitekruid, scherpe boterbloem, af en toe een pluk dagkoekoeksbloem, heel veel bloeiende grassen, kruipende boterbloem en wede, een zeldzame kruisbloemige waar men vroeger blauwe textielverf van maakte. Mijn oude vrienden. De vreugde van het weerzien vertaal ik met spetters over de schets heen.

Terwijl ik vandaag in mijn atelier probeer dat beeld van gisteren te schilderen, zit Siep (de poes) tussen mijn aquarelbakje en mijn borst op tafel. Niet de meest handige plek. Af en toe krijg ik een dreun tegen mijn hoofd omdat hij aandacht wil. Als hij zelfs in de achterkant van mijn penseel gaat bijten, wordt het me te gortig en pak ik zijn lievelingsdoos, waar hij uiteindelijk tevreden in gaat liggen. Op aaiafstand.

Vrede , Warffum

Vrede , Warffum, zaterdag 5 mei 2018

vrede 5 mei 2018

Het is fantastisch weer, droog , zonnig en wolkenloos. Daar hebben we maanden naar verlangd. We zitten in de net aangelegde tuin te kijken naar de kerktoren. De vlag die daar uithangt hangt half op de toren omdat de wind uit het oosten komt. Als ik hem aan het einde van de middag wil tekenen, is hij opeens weg, dus doe ik hem maar uit mijn hoofd. De kleuren weet ik wel zo’n beetje.

Maar de reden dat ik mijn schetsboekjes erbij haalde is dan ook een andere: de zwaluwen zijn terug! Men zegt dat ze in Zuid Afrika overwinteren en daarna weer helemaal terugvliegen naar Warffum. Heerlijk dat ze weer terug zijn en straks weer gaan schreeuwen tijdens hun rondjes om de kerk. Alleen, waarom zou je terugkomen uit Zuid Afrika? Ik zou daar mooi blijven, prachtland, prachtige natuur.

Enfin, gewoon een heerlijke middag in de zon. Om ons heen honderden pluizen van de wilg, zodat het lijkt of het sneeuwt. Poes op tafel, wijn in het glas, vrede.

Aardappels poten, Breede

Aardappels poten, Breede, maandag 23 april 2018

aardappels poten 23 april 2018

Ik kreeg een voorstel om na een introductie de aardappelteelt te gaan schetsen bij een boer in de buurt. Ik stelde me vanmorgen voor en werd verwezen naar het land. Fietsen over de droge hobbelige Groningse klei, en ik had nog wel speciaal laarzen aan gedaan. Gympen was handiger geweest.

De boer in kwestie stapte van de trekker, ontving me heel hartelijk en legde uit wat hij zoal aan machines had. Want het was allemaal zijn eigen bezit. ‘Het heeft niet zo’n zin om collectief machines aan te schaffen’, zei hij, ‘omdat iedereen ze allemaal tegelijk nodig heeft’. Het begint met een reusachtige trekker, waarvan de wielen minstens 1.85 zijn, want ze komen tot mijn kruin. Enorme banden met een gele wieldop, waar een kind in zou kunnen liggen. Dan heeft hij een knalblauwe eg, een rode vorentrekker, of hoe heet zoiets, en een oranje transportband die de piepers uit de grote voorraadwagen in de pootkar hobbelt. Een geweldig gezicht.

De boer ging aan zijn werk en ik kon op een plekje langs de kant het geheel mooi bekijken. Wat me opviel was het verschil in kleur van de rauwe akker, de akker met keurige dijkjes en de uiteindelijke bergjes met aardappels. Witachtig, kaneelbruin en donkerbruin. De door de één strak getrokken dijkjes worden door de volgende machine meteen om zeep geholpen door aardappels te planten met water en meststoffen er bij. Klaar. Een uurtje later en ik had het hele schouwspel gemist.

Texturen en structuren, atelier

Texturen en structuren, atelier, woensdag 28 maart 2018

texturen en structuren 28 maart 2018

Het regent de hele dag. Vanmorgen viel het nog mee, dus ben ik een rondje door de kerktuin gelopen en wat me opviel is hoe groen alles al is. Het blad van de daslook vooral maakt de hele bodem licht frisgroen. En overal voorjaarsplantjes die open gaan zodra er zon is. Maar vandaag dus niet.

De les van gisteravond lag nog op tafel. Die ging over texturen en structuren, en de voorbeelden lagen er ook nog. Dus ik heb de bladzijde in mijn lesboekje maar verder uitgewerkt. Altijd leuk om met alleen een simpel potloodje prachtige vormen en ribbels te toveren.

Bij texturen is het belangrijk vooral de huid van een zaad of plant weer te geven. Voelt het zacht aan? Lijkt het zacht, maar voelt het ruw? Voelt het prikkelig of juist harig? Wat je voelt met je vingers moet je kunnen zien in de tekening. Stofuitdrukking heet dat in vaktermen. Dat is nogal een moeilijk probleempje, dus geef ik les in soorten haartjes en hoe je die kunt maken. Heel leuk.
Structuren zijn de groeivormen van een zaad. Vaak spiralen en ruitpatronen. De kijker moet kunnen zien dat de tekenaar het begrepen heeft en uit zijn hoofd kan. Om dat te schetsen gebruik ik een rood potlood, waarna ik met gewoon potlood de details in kan tekenen. Ik heb het al een aantal keer gedaan inmiddels, maar het blijft leuk.

Natuurdagboek week 12, Warffum

Natuurdagboek week 12, Warffum, woensdag 21 maart 2018

natuurdagboek week 12 21 maart 2018

Er is niet zo heel veel veranderd deze week, en toch zie ik weer heel andere dingen. Mijn oog valt op de stam van de vleugelnoot, die prachtig gegroefd is en met een beetje licht al heel schilderachtig.

Terwijl ik staand aan het tekenen ben, zie ik pas hoe mooi de panden aan de Torenweg zijn, die links en recht van de boom doorlopen. Ja, en toen was ik dus de mooie details vergeten; het is een impressie, moet je maar denken. Wat zo geweldig hier is, is dat alle huizen anders zijn, met andere ramen, schoorstenen, balkons en daklijsten. Maar de kleuren van zowel de bomen als de huizen lijken allemaal van één schilder te komen. Dat maakt het zo mooi. Het dak van het kerkpand en de stammen van de bomen zijn lichtjes bedekt met dezelfde kleur groen. De kozijnen van de ramen, de sneeuwklokjes en de Taxus horen ook bij elkaar. En verder zie ik overal dat kleurtje wat bruin-oranje heet (RAL 2012) en wat de kleur is van de grond, de akkers, en de muren van de huizen.

Mijn tweede voorjaar hier. De winter was heftig. Het is nu dezelfde tijd als toen we vorig jaar hier voor het eerst rondliepen. De sneeuwklokjes bijna uitgebloeid en het speenkruid in aantocht.

Natuurdagboek week 11, Warffum

Natuurdagboek week 11, Warffum, woensdag 14 maart 2018

natuurdagboek week 11 14 maart 2018

De kerktuin in Warffum is flink onder handen genomen. Ik mis opeens van alles. Er is een hele haag Berberis weg. De Taxus, die enorm was, is tot ‘op het bot’ gesnoeid. En wat overblijft is een heel kaal gebeuren.

Restvorm. Daar lijkt het vandaag over te gaan. Ik ben begonnen met de gesnoeide Taxus te tekenen, omdat het me pijn doet. Ik weet dat hij weer stralend uitloopt, maar toch. Ik heb medelijden met de kinderen en de vogels die er hutten in bouwden. Je zult maar niet weten dat hij weer uitloopt, dan schrik je je toch een ongeluk? In mijn tekening blijft het een restvorm, dat is in tekentermen een vorm die overblijft tussen en naast de lijnen van de tekening. De lucht dus eigenlijk. Dat klopt ook met mijn gevoel: ik laat het even open, ik weet niet zo goed wat ik er mee moet.

Al struinend door de kerktuin vond ik verrassend veel andere dingen: bloemknoppen van de narcis, veel grotere bladeren van de boshyacint dan vorige week en zelfs een piepklein blauw knopje van de Scilla sibirica, de schat. En speenkruid. En vergeet-mij-nietje. Schieten jullie een beetje op, jongens? We wachten ‘reikhalzend’; wat ik me daarbij ook moet voorstellen.

Voor ik het wist zat ik opeens het huis aan de Hoofdstraat te tekenen. Dat was me eerder nooit zo opgevallen. Het is een leuk Gronings huis met mooie details. Dat het opeens opvalt komt natuurlijk doordat mijn geliefde Berberis weg is.
Alle ná heb z’n voor.

Natuurdagboek week 10, Warffum

Natuurdagboek week 10, Warffum, woensdag 7 maart 2018

natuurdagboek week 10 7 maart 2018

Mistig, maar met de belofte van een prachtige zonnige dag. Het is wel koud vanmorgen, de druppels hangen aan mijn neus. Af en toe valt er één op mijn boekje, maar gelukkig is mijn nieuwe blauwe potlood niet wateroplosbaar.

Ik sta tegen een schuine boom geleund, zodat ik de kauwen hoog in de toren goed kan bekijken. Ze maken een enorme herrie. Ik kan alleen niet goed zien of ze met hun nesten bezig zijn, het lijkt me van niet, want ik zie niemand met een stokje. Ze zitten een beetje te knuffelen in de vierkante gaten onder de dakrand. Pure liefde dus.

Wat me vanmorgen vooral opvalt is de enorme stam van de bruine beuk, die wel een paar meter breed is. Als heel teer contrast staat het rond de voet vol met knoppen van sneeuwklokjes. Ze zijn nog niet open, net als de winteraconieten, maar dat is over een uurtje wel anders. Ik ga straks nog even kijken, maar dan zijn jullie er niet bij.

Natuurdagboek week 9, Warffum

Natuurdagboek week 9, Warffum, woensdag 28 februari 2018

natuurdagboek week 9 14 februari 2018

Vandaag wilde ik beginnen met een ander weekboek: een natuurdagboek met alles wat er zo’n beetje gebeurt hier in Warffum. Maar het is ijzig koud. De temperatuur is vijf graden onder nul, maar door de stevige wind lijkt het wel -20.

Maar afspraak is afspraak: dus ik ga met handschoenen en dikke jas naar buiten. Ik houd het een kwartier vol. En ik heb weer een aantal dingen gezien die ik niet wist. Bijvoorbeeld dat sneeuwklokjes plat op de grond gaan liggen tijdens de vorst. Dat is een heel raar gezicht als je ze van de week nog vrolijk zag klingelen in de zon. Wat zal dat straks een energie kosten om weer recht overeind te komen. En dat de daslook heel sterk geurt. Waarom eigenlijk bij -20? En dat de tere aconietenbloemen van plastic lijken te zijn. Toen ik in 2013 in Zwitserland een gele anemoon tekende in mijn Flora viel me ook al op dat bloemblaadjes van koude streken iets plastic-achtigs hebben. Als ik ze lospeuter om te tekenen voelen en klinken ze heel anders dan ze eruit zien. Een soort antivries dat later ontdooit misschien?

De boerencrocus liet een intens paars spoor achter op mijn bladzijde, wat ik wel leuk vind. Ik ben benieuwd of het paars blijft.

Valentijn, atelier

Valentijn, atelier, woensdag 14 februari 2018

valentijn 14 februari 2018

Wees nou eens eerlijk: is dit geen schatje? Je zult toch maar zoiets krijgen voor Valentijn?! Het lag vanochtend bij de krant op de grond in de huiskamer. Uitstekende plek, bedacht en uitgevoerd door onze poes Siepie.

Uit dankbaarheid ben ik het maar gaan tekenen. Je moet toch wat om te laten zien dat je het waardeert en opeten vond ik niet zo’n goed idee. Bovendien had ik net ontbeten. Het is een spitsmuis en die heb ik nog nooit getekend en bestudeerd. Zijn neusje bestaat uit twee helften die allebei rood zijn. En in zijn pootjes zit ook een spikkeltje rood, alsof de toppen van zijn vingertjes gekleurd zijn. Mijn vergrootglas was niet sterk genoeg om het goed te kunnen zien. Ik heb alles gedetailleerd bekeken en getekend en tot slot wilde ik zijn pootafdruk. Alleen, hoe doe je dat? Ik heb zijn pootje ingesmeerd met rode aquarel en er toen een klein papiertje voor gehouden en afgedrukt. Voelt wel een beetje raar hoor, maar het resultaat is een scherp plaatje van alle bobbeltjes in zijn voet.

Dank je wel Siep, je bent een echte vriend.

Winteraconiet, atelier

Winteraconiet, atelier, woensdag 31 januari 2018

winteraconiet 31 januari 2018

Eindelijk. Eindelijk. Er komt iets boven de grond. Sterker nog, op allerlei plekken staat het wit van de sneeuwklokjes, en wat nog leuker is, geel van de winteraconieten. Want die heb ik nog nooit zo veel gezien als hier. Sommige plekken onder de bomen zijn helemaal stralend geel als de zon een beetje schijnt. Vorig jaar heb ik één van mijn eerste schetsen geprobeerd bij de pastorie in Warffum, waar het een geel feest is van aconieten. Maar het was veel te koud en nat toen om te schetsen.

Ik teken vandaag meteen een sneeuwklok op de bladzijde met witte bloemen in mijn ‘Kleurboek’. En ik teken hem nog een keer in mijn ‘de andere Flora’, deel III alweer. De laatste plant die ik daarin heb getekend is een eigenaardige schermbloem uit Nancy, getekend in juni 2016 (Laserpitium latifolium). Twee jaar later ga ik gewoon door, sterker nog, ik ga een heleboel planten tekenen die hier groeien en die ik nog niet heb.

Het is nog lastig om die voorjaarsbloemen te tekenen. Praktisch gezien dan, want de geplukte knoppen gaan in het warme atelier vrijwel direct uit elkaar en zijn heel snel volkomen uitgebloeid. Nooit geweten dat die aconieten zo zalig ruiken.

Top