Een nieuwe column, woensdag 22 januari 2020
kerktuin 22-01-2020

Vanaf deze week maak ik weer elke woensdag een column.

Het onderwerp is de kerktuin van Warffum. Rondom de grote Sebastiaankerk op het hoogste deel van onze terp ligt een tuin met enorm grote bomen. Er staat een grote bruine beuk, een enorme kastanje en een paar grote vleugelnoten. Imposant. En dat op nog geen 1 minuut van mijn atelier.
Tussen die bomen bloeit vooral veel in het voorjaar als de bomen nog kaal zijn. Dan kan de spaarzame voorjaarszon de bodem raken en de bolletjes verwarmen. En meteen bloeit alles uitbundig. Je vindt daar allerlei stinzenplanten, die ooit aangeplant zijn en nu verzorgd worden door een actieve tuinclub, die eens in de twee weken een ochtend in de tuin werkt.
Vandaag is het halfbewolkt en redelijk van temperatuur. Ik kan zonder handschoenen werken, wat al heel fijn is, en ik heb geen natte druppels aan mijn neus. Vandaag vallen de enorme stammen me op, en het silhouet van de kale lindes in de verte. Daar, tussen de toren en de Weem (de vroegere pastorie) is het mooiste stukje van Warffum, vind ik, zo uit een ansichtkaart gelopen. Dit mooie doorzicht is me niet eerder opgevallen vanuit dit plekje bij het einde van een kerkepad.
Wat me verder opvalt: een heel gezonde en stralende dagkoekoeksbloem aan de voet van de bruine beuk, verscholen tussen de dikke wortels en veilig voor de gure wind. Veel sneeuwklokjes zie ik met hun hoofd nog rechtop, verscholen tussen het blad. Maar in het atelier gaat zo’n bloem meteen open in een vaasje.
En vooral het mos. Oh, wat mooi is dat toch, overal; mos, en zo groen.

Collage, atelier, woensdag 31 oktober 2018

collage

Geen schets, geen tekening, maar plaatjes en teksten.

Het kost me moeite om het schetsdagboek vol te houden. Trouwe lezers zullen merken dat ik af en toe een week oversla. Hoe komt dat? Ik ben wat meer bezig met mijn eigen werk dan met het lesgeven en dus ook schrijven over tekenen. Aan de ene kant is dat praktisch, gewoon omdat er minder cursisten zijn, maar aan de andere kant is het ook een wens om meer werk te maken. Me te vernieuwen en uit te zoeken wat ik hier in Noord-Groningen wil. En wat ik wil is boeken maken, schrijven, tekenen, en nog eens tekenen en schrijven.

Ik wil hier alles vastleggen wat ik niet ken, wat ik mooi vind en wat me raakt. Op het gebied van de natuur, maar ook de architectuur en het landschap. Het eerste jaar heb ik me helemaal suf getekend aan een boek over het Hogeland, waar ik binnenkort serieus mee aan de slag ga. Daarna heb ik alle silhouetten van dorpen getekend die ik hier kon vinden. Ik heb een enorme honger naar tekenen. Ik dacht dat ik die al geblust had, maar het laait hier weer helemaal op. Daarnaast ben ik enorm fanatiek bezig met het aanleggen van een cottagetuin achter ons huis, waarbij mijn oorspronkelijke tuinbouwopleiding volledig tot zijn recht komt. Ik heb nog nooit zo’n grote tuin gehad waarin alles kan wat ik in mijn hoofd heb.

Het wordt nu winter. De tuin staat stil. De natuur ook, maar mijn hoofd niet. Ik wil schrijven, nieuwe dingen maken en tekenen. Boeken die ik half af heb eindelijk eens vervolmaken. Nieuwe ideeën uitwerken. Exposeren. Werk in opdracht maken.

Mijn schetsdagboek moet een tijdje wachten. En mijn lezers ook. Pauze. Ik weet niet voor hoe lang. Ik heb trouwens geen idee met hoeveel jullie zijn. Doe maar eens een berichtje.

Kleurpotloden, atelier, maandag 8 oktober 2018

kleurpotloden

Ik werk graag met kleurpotloden als ik heel intensief en gedetailleerd wil tekenen. Botanisch verantwoord. Als je met je neus op het onderwerp zit, ga je steeds meer kleurtjes zien in je onderwerp, en breng je die millimeter voor millimeter aan. Dat kan heel prachtig zijn. Het geheel wordt daardoor levensecht en heel intens. Maar dat doe ik eigenlijk alleen als ik iets heel gedetailleerd wil tekenen, bijvoorbeeld omdat ik wil laten zien hoeveel kleuren er wel niet in zitten. Schelpen bijvoorbeeld, zijn ideaal om op die manier heel mooi te tekenen. Of een dode vogel zoals de koperwiek die ik vorig jaar vond. Dan is tekenen meteen een soort meditatie en ode aan het dier.

Meestal wil ik juist heel snel tekenen omdat ik er vaart in wil hebben, of gewoon omdat ik zelf vaart heb (= haast). Ik houd ervan om de tekening precies te maken en de kleuring heel snel. Dan is aquarel het meest geschikte medium. Daarmee kan ik in een veeg al het gewenste resultaat bereiken. Alleen vereist dat uiteraard oefening: Welke veeg? Hoe snel? Hoe droog? Na veertig jaar werken heb ik dat onderhand wel onder de knie.

Een van mijn cursisten kwam voor de les aan met een schaal vol van deze dieprode appels. Wat een prachtig gezicht! Op tafel lagen de kleurpotloden nog van de workshop gisteren, dus ik begon meteen te krassen. Terwijl we samen aan het praten waren over van alles, heb ik deze tekening zitten maken. Ik vind het resultaat geweldig. Misschien is de juiste houding voor kleurpotlood met snelheid dan ook: een beetje achterover geleund, terwijl je lekker aan het leuteren bent.

Journaling, atelier, donderdag 4 oktober 2018

journaling

Geen dieren vandaag. Ik ben niet zo van die Dagen. Hoewel we gisteren Het Leidens Ontzet hebben gevierd met wittebrood en haring, (wat ook een dier is) maar daar hoeft het niet speciaal een dag voor te zijn.

Mijn boekje is bijna vol. En voordat ik een nieuw boekje begin sluit ik het vorige af. Op de allerlaatste bladzijde maak ik met mooie kleuren of vormen of mooie letters een afscheidsbladzijde. Een soort samenvatting wat ‘we’ allemaal samen beleefd hebben. Dat is een soort dankwoord aan het schetsboekje, maar in feite dus aan mezelf en een ode aan het leven. Die bladzijden zijn fijn om te zien en leuk om later te lezen. En het is vooral een mooi gevoel om een boekje zo af te ronden.

Tijdens mijn laatste lessen heb ik veel tips gegeven over het afmaken van schetsbladzijden en over journaling. Journaling is een term die uit de VS en Canada komt, en het houdt in dat je de bladzijden in je schetsboek bewerkt en uitwerkt. Dat kan heel mooi zijn en heel bevredigend, maar ik vind het jammer als er alleen nog maar aan tafel gewerkt wordt, waarbij elke bladzijde vanzelf een kunstwerk wordt. Voor mij blijft het uitgangspunt: eerst een schets maken van iets dat je raakt. Cathy Johnson pleit daar ook voor. Vandaar deze lijstjes met te schetsen onderwerpen, om u te stimuleren.

Tegenlicht, Genemuiden, donderdag 27 september 2018

tegenlicht

Dankzij internet kom je nog eens ergens. Op zoek naar een mooie sisal vloerbedekking voor onze tuinkamer kwamen we op internet uit in Genemuiden. Van oudsher bekend om zijn ‘Genemuider matten’, dus dat klopt wel. Genemuiden ligt dichtbij het veengebied rond Giethoorn waar veel biezen werden verbouwd voor het vlechten van matten. In Genemuiden is een heel aardig museum over deze oude technieken.

Ik was vorige week langs geweest om een groot stuk sisal te halen. In een hal met honderden rollen sisal keek ik mijn ogen uit. Een jongen op een heftruckje met een enorme paal aan de voorkant steekt de rollen zo uit de stapels vandaan. Het apparaat is voer voor scènes uit een James Bond film, maar dit terzijde. Gisteren gingen we terug omdat de maat van het stuk tapijt niet klopte.

Op weg naar Genemuiden dachten we een bezoekje te brengen aan Giethoorn. Ooit eens geweest toen we allebei nog kind waren, en daarna nooit meer. We reden langs het grote kanaal evenwijdig aan het dorp en keken in een van de toegangswegen van het dorp. Dat was meer dan genoeg. We hoeven er niet heen. We houden het bij de herinnering van vroeger. Dat lijkt ons veel beter. Genemuiden is een stuk rustiger.