Kleurpotloden

Kleurpotloden, atelier, maandag 8 oktober 2018

kleurpotloden

Ik werk graag met kleurpotloden als ik heel intensief en gedetailleerd wil tekenen. Botanisch verantwoord. Als je met je neus op het onderwerp zit, ga je steeds meer kleurtjes zien in je onderwerp, en breng je die millimeter voor millimeter aan. Dat kan heel prachtig zijn. Het geheel wordt daardoor levensecht en heel intens. Maar dat doe ik eigenlijk alleen als ik iets heel gedetailleerd wil tekenen, bijvoorbeeld omdat ik wil laten zien hoeveel kleuren er wel niet in zitten. Schelpen bijvoorbeeld, zijn ideaal om op die manier heel mooi te tekenen. Of een dode vogel zoals de koperwiek die ik vorig jaar vond. Dan is tekenen meteen een soort meditatie en ode aan het dier.

Meestal wil ik juist heel snel tekenen omdat ik er vaart in wil hebben, of gewoon omdat ik zelf vaart heb (= haast). Ik houd ervan om de tekening precies te maken en de kleuring heel snel. Dan is aquarel het meest geschikte medium. Daarmee kan ik in een veeg al het gewenste resultaat bereiken. Alleen vereist dat uiteraard oefening: Welke veeg? Hoe snel? Hoe droog? Na veertig jaar werken heb ik dat onderhand wel onder de knie.

Een van mijn cursisten kwam voor de les aan met een schaal vol van deze dieprode appels. Wat een prachtig gezicht! Op tafel lagen de kleurpotloden nog van de workshop gisteren, dus ik begon meteen te krassen. Terwijl we samen aan het praten waren over van alles, heb ik deze tekening zitten maken. Ik vind het resultaat geweldig. Misschien is de juiste houding voor kleurpotlood met snelheid dan ook: een beetje achterover geleund, terwijl je lekker aan het leuteren bent.