22 januari 2020

woensdag 22 januari 2020

Vanaf deze week maak ik weer elke woensdag een column.

Het onderwerp is de kerktuin van Warffum. Rondom de grote Sebastiaankerk op het hoogste deel van onze terp ligt een tuin met enorm grote bomen. Er staat een grote bruine beuk, een enorme kastanje en een paar grote vleugelnoten. Imposant. En dat op nog geen 1 minuut van mijn atelier.

Tussen die bomen bloeit vooral veel in het voorjaar als de bomen nog kaal zijn. Dan kan de spaarzame voorjaarszon de bodem raken en de bolletjes verwarmen. En meteen bloeit alles uitbundig. Je vindt daar allerlei stinzenplanten, die ooit aangeplant zijn en nu verzorgd worden door een actieve tuinclub, die eens in de twee weken een ochtend in de tuin werkt.

Vandaag is het halfbewolkt en redelijk van temperatuur. Ik kan zonder handschoenen werken, wat al heel fijn is, en ik heb geen natte druppels aan mijn neus. Vandaag vallen de enorme stammen me op, en het silhouet van de kale lindes in de verte. Daar, tussen de toren en de Weem (de vroegere pastorie) is het mooiste stukje van Warffum, vind ik, zo uit een ansichtkaart gelopen. Dit mooie doorzicht is me niet eerder opgevallen vanuit dit plekje bij het einde van een kerkepad.

Wat me verder opvalt: een heel gezonde en stralende dagkoekoeksbloem aan de voet van de bruine beuk, verscholen tussen de dikke wortels en veilig voor de gure wind. Veel sneeuwklokjes zie ik met hun hoofd nog rechtop, verscholen tussen het blad. Maar in het atelier gaat zo'n bloem meteen open in een vaasje.

En vooral het mos. Oh, wat mooi is dat toch, overal; mos, en zo groen.

22 januari 2020